Reserveren:
tel. 020 - 692 80 31

NIEUWSBRIEF
Ontvang regelmatig aankondigingen per e-mail.

E-mail: 

Abonneren Opzeggen

Download de meest recente nieuwsbrief

Fragment


Namens de KRO: Deze video mag niet gedownload, gedeeld of gekopieŽerd worden!

GESCHIEDENIS VAN HET THEATER

Op 23 januari 1923 kwam de notariszoon Bert Brugman op het idee om een marionettentheater op te richten. In die tijd was dat nogal ongewoon, omdat deze kunstvorm in die tijd geheel uitgestorven was in Nederland. Bert liet zich echter inspireren door de Duitser Paul Bran, die op tournee was en optrad in "De Doelen" te Rotterdam. Het marionettenspel had zich in de middeleeuwen in Italie ontwikkeld in de kerk. Beeldjes uit de kerststal werden beweegbaar gemaakt en zo werden kerstspelen opgevoerd. Het woord "marionet" betekent dan ook "maria'tje".

Bij het Concilie van Trente in de 16e eeuw werd het poppenspel uit de kerk verbannen, omdat de voorstellingen te populair en platvloers werden. Het handpoppenspel deed zijn intrede op straat en Jan Klaassen ontstond in Nederland, Kasperl in Duitsland en Guignol in Frankrijk. In de jaren twintig leefde het marionettentheater op in heel Europa. Bert werd de pionier in Nederland. Op zolder van zijn ouderlijke woning aan de Keizersgracht richtte Bert een theaterzaaltje in. Zijn eerste stuk "Mesroer en de grappenmakers" werd uitgevoerd. Zangspelen en kleine operaatjes, zoals "BastiŽn en BastiŽnne", werden door zangers, poppenspelers en orkestleden live uitgevoerd. De zangeres Frieda Frowein soliciteerde bij het theater en een poosje later huwde zij Bert.

In 1930 kreeg het theater een eigen zaaltje in de Van Breestraat en werd het een beroepsgezelschap. Ook werd er steeds meer op uitnodiging gespeeld. Het grote theater moest dan met een verhuiswagen vervoerd worden. In de oorlog kon dat echter niet meer en was het gezelschap genoodzaakt per trein te reizen. Het grote draadmarionettentheater maakte plaats voor een klein poppentheater en een maskerspel. Bert raakte toen echter gewend aan de directe manier van spelen wat het handpoppenspel mogelijk maakte en ontwikkelde een nieuw bewegingssysteem. Het werd een combinatie van draad-, hand- en stokpoppen. De stijl bleef echter zoals voorheen. Op deze handmarionet, die bijzonder veel bewegingsmogelijkheden had, kreeg Bert octrooi.

Met de komst van de bandrecorder werd het mogelijk ook grote opera's op te voeren. Het publiek werd verwend met grote stemmen zoals die van Maria Callas, Tito Gobi, Nicolai Gedda en anderen. Door al dat gezang ontstond er behoefte aan beweegbare mondjes. Bert gaf zijn zoon Joost 's morgens opdracht dat uit te vinden en 's avonds kwam hij inderdaad met de nieuwe uitvinding uit het atelier. Het theater liep intussen zo goed dat het al een jaar van te voren volgeboekt was. Ook werden tournees naar o.a. Zwitserland, IndonesiŽ, Suriname en IsraŽl georganiseerd.

Van 1953 tot 1963 maakte het theater de eerste televisieserie "Dappere Dodo" die zeer populair werd. In 1969 nam Joost het theater over met zijn vrouw Yvonne Witteveen. Tot 1999 speelden zij met hun studerende kinderen nog vele voorstellingen tot zij te oud werden. Joost had toen in 55 jaar zo'n 12.000 voorstellingen gespeeld. Mariska Brugman (1958) nam het theater in 2000 over samen met haar man Renť van Tol (1958), die zij op de Gerrit Rietveldacademie had leren kennen. Renť speelt al sinds 1988 mee en heeft een grote artistieke inbreng; hij is bovendien beeldend kunstenaar. Neem een kijkje op zijn website www.vantolart.nl.
De componist Eric Veeger (1958) kreeg opdracht een moderne opera te componeren, speciaal voor dit theater. "Het Amsterdams fonds voor de kunst" maakte dit financieel mogelijk en zo werden in 2001 vier voorstellingen in Amsterdam, ook weer met live zangers en instrumentalisten, net als in het begin, opgevoerd.

De destijds elfjarige achterkleinzoon Jonas (1989), die later aan The Universiity of Cambridge zong, zong de jongens-sopraan in deze opera. Tijmen van Tol (1993), de jongste in de rij en tevens compositiestudent aan het Conservatorium van Amsterdam, speelt ook af en toe mee en heeft vaak verrassende muzikale en theatrale ideeŽn.

Rosa Raven schreef ons eerste nieuwe kinderstuk: "Het sprookje van Rosa en de draak".
Vanaf 2002 mocht het 'nieuw leven ingeblazen theater' gebruik maken van de Obrechtzaal, waar wij nu elke zaterdag- en zondagmiddag een familievoorstelling opvoeren. Regelmatig komt er een nieuwe productie bij, veelal bewerkingen van bestaande sprookjes of zelfbedachte verhalen zoals "De keizer en de nachtegaal", "De gelaarsde kat", "Stiekem naar Groenland", "Aladdin en de wonderlamp", "Pinokkio", "Repelsteeltje", "De wolk van 10 voor 2", "De toverviool", "De sinaasappelprins" en ook nog een remake van de opera "De barbier van Sevilla" en de operette "Die Fledermaus".

Ons doel is het goede te behouden en te vernieuwen daar waar wij dat graag willen. Zo bedacht Renť bijvoorbeeld een grotere ruimtewerking, door met verschillende formaten poppen te werken. Ook worden de voorstellingen weer live gesproken, waardoor een leukere wisselwerking met het publiek ontstaat en de voorstellingen makkelijk aan het niveau van het publiek aangepast kunnen worden. Onze missie is dat de voorstellingen het publiek nog heel lang bijblijven. Daar doen wij ons uiterste best voor!

Marten Toonder en Bert Brugman

Zoon Joost Brugman

Kleindochter Mariska Brugman

Achterkleinzoon Jonas van Tol

Renť van Tol en Eric Veeger